Toets protocol RSG 2025
Dit toetsprotocol is een praktische uitwerking van het toetsbeleid (in wording) van de school. Naast dit protocol bestaat ook het Leerlingenstatuut (handboek RSG 3.1 en op de website van de school) en het Examenreglement (handboek RSG 1.6.1 en op de website van de school).
De onderdelen uit het Leerlingenstatuut die gaan over (de uitvoering van) de toetsing zijn geïntegreerd in dit toetsprotocol.
Het Examenreglement is leidend op dit toetsprotocol, bijvoorbeeld als er sprake is van onvolledigheden of tegenstrijdige regels tussen het Examenreglement en het toetsprotocol.
Een samenvatting van een aantal belangrijke regels en afspraken uit het Toetsprotocol.
- Wees op tijd bij het lokaal, zodat leerlingen daadwerkelijk op het aangegeven startmoment met de toets kunnen beginnen.
- Zorg ervoor dat er voldoende (juist) toetspapier op de tafels ligt.
- Controleer de aanwezigheid van leerlingen. Voer absenten in via Magister, op de bijgeleverde leerlingenlijst of geef de absenten zo snel als mogelijk door aan de onderwijsassistent(en) van de betreffende afdeling.
- Leerlingen mogen pen, potlood, gum, rekenmachine etc. op hun tafel hebben liggen. Etuis liggen op de grond naast de tafel of zijn helemaal niet aanwezig in het lokaal.
- Op de toetsenvelop staat vermeld welke hulpmiddelen tijdens de toets door de leerlingen mogen worden gebruikt (zoals bijvoorbeeld een woordenboek of een atlas. Een grafische rekenmachine is alleen toegestaan bij de wiskunde-tentamens en dan ook alleen als dit vermeld staat op de toetsenvelop.
- In het lokaal mogen géén mobiele telefoons of andere zendapparatuur aanwezig zijn. Leerlingen mogen ook geen horloge/smartwatch dragen tijdens de toets. Geen horloges omdat slecht te zien is of het een smartwatch is.
- Leerlingen stoppen hun tas in hun kluis of zetten ze in de daarvoor bestemde rekken. Wanneer dit niet mogelijk is worden tassen meegenomen het lokaal in en plaatsen zij de tassen veilig onder het bord (uitloop moet mogelijk blijven i.v.m. calamiteiten). In verband met de veiligheid mogen de tassen niet in de gangen worden geplaatst.
- Mocht de toets in de kleine aula plaatsvinden, dan moet de nooduitgang vrij blijven.
- Richt je aandacht op de surveillance en reduceer ‘ruis’ tot een minimum.
- Houd je aan de toegestane toetstijd zoals die vermeld is op de toetsenvelop. Als de toets door omstandigheden iets ná het starttijdstip daadwerkelijk is gestart, mag de verloren tijd opgeteld worden bij het eindtijdstip van de toets.
- Leerlingen met tijdverlenging hebben de instructie gekregen hun tijdverlengingspasje zichtbaar op de hoek van hun tafel te hebben liggen. De extra tijd volgt altijd na de beëindiging van de officiële toetstijd en bedraagt 25% van de toetstijd met een maximum van 30 minuten.
- De gemaakte toetsen doe je in het postvak van de vakdocent. Enveloppen die niet in de postvakken passen, leg je in de daarvoor bestemde kast in de roosterkamer.
Gerelateerde paginas: